Zoals u eerder kon lezen dienden wij op 11 maart bij de Stad een vraag in, inzake hun plannen rond het Gravensteen. Iets later dan verwacht kregen we op 3 juni inlichtingen over de stand van zaken betreffende de geplande werken, over details van de uitgaven, de verwachte terugverdieneffecten, het beheersplan en de samenwerkingsovereenkomst.
Hier vielen enkele zaken op, die tot weer nieuwe vragen leidden.
Stand van zaken
We lezen dat “Na een intens maatschappelijke debat rond het ontwerp, verdere studie en advies van de Stadsbouwmeester, werd door het college van burgemeester en schepenen in eerste instantie beslist verder te gaan en de omgevingsaanvraag voor te bereiden. In de besparingscontext besliste het nieuwe college uiteindelijk om het project in het meerjarenplan 2026-2031 verder te zetten, maar in gewijzigde vorm. De samenwerking met Toerisme Vlaanderen wordt stopgezet en het ontwerp, met lift, bypass en paviljoen wordt verlaten. Enkel een minimaal scenario van noodzakelijke studies en werken binnen de muren blijft weerhouden. Een aangepast, beperkter budget werd ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 onder hetzelfde projectnummer en dezelfde projectnaam als voorheen PR40568 – Hefboomproject Time Castle Gravensteen. Ondertussen werden deze cijfers bijgestuurd volgens de meest recente inzichten (terugbetaling subsidies, beperking inkomsten, marges, …).”
Nooit eerder was de Stad zo duidelijk in haar communicatie. Zo wordt de samenwerking met Toerisme Vlaanderen stopgezet. We zullen dus niet langer de barbaarse term “Toeristisch Hefboomproject Time Castle” te horen krijgen, een hele opluchting. Wel vragen wij ons af of hierover goed is nagedacht, en of men geen contractbreuk riskeert.
Zoals u kon lezen staat er ook een merkwaardige zin in de tekst: “Een aangepast, beperkter budget werd ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 onder hetzelfde projectnummer en dezelfde projectnaam als voorheen.” Is dit geen doorzichtige truc, waarbij accountants de wenkbrauwen fronsen? Alsof je bij de bank een lening aanvraagt voor de renovatie van de badkamer en dat geld gebruikt voor een wereldreis, maar wel de naam behoudt. Duidelijker: er blijft van het originele project “Time Castle” niets meer overeind, maar toch houdt men vast aan die kleuterterm en het projectnummer, om zich een soort continuïteit aan te meten. Wij onthouden alvast dat niets van het originele project overeind blijft. Sterker nog: in onze vraag verwezen wij naar de officiële meerjarenplanning 2026-2031, goedgekeurd in de gemeenteraad van december 2025. Daarover krijgen wij simpelweg, zwart op wit te lezen dat dit een formulering is van “vóór de lancering van de architectenopdracht in 2018” en “deze passages zijn aldus niet meer van toepassing”. Je kunt je vragen stellen bij de ernst van bestuurders die zich bezighouden met het goedkeuren van teksten van twee legislaturen geleden, die niet meer van toepassing zijn én niet aangepast aan de realiteit op het moment van goedkeuring.
Wat ons wél enige geruststelling biedt is het antwoord op de vraag wat met de “noodzakelijke groei” werd bedoeld in de – blijkbaar aftandse – meerjarenplanning. We lezen nu: “De focus van de geplande werken ligt dus niet op het faciliteren van een groeiend aantal bezoekers maar op de kwaliteit en veiligheid van een bezoek.”
Beheersovereenkomst
Als antwoord op onze vraag ontvingen wij het integrale beheerscontract, en de stopgezette samenwerkingsovereenkomst tussen de Stad Gent en de Vlaamse Regering. Wij kunnen die jammer genoeg niet met u delen want wij hebben “geen toestemming tot het hergebruiken van de verkregen documenten”. Wie deze documenten dus wil inkijken dient zelf een mailtje te sturen naar bestuursondersteuning@stad.gent met die vraag. Antwoord binnen de drie maanden gegarandeerd!
Eens u het 370 pagina’s tellende document zelf in handen hebt, zult u zien hoeveel kennis er bij de Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg zat. U weet wel: die dienst die de Stad enige tijd geleden geleden wou kaltstellen. Zowat elke steen van het Gravensteen wordt in de historische nota beschreven alsook de tijdssituering. Het weerlegt, zoals ook wij destijds, de argumenten van Historische Huizen, dat een raamopening uit de 12de eeuw die men wilde uitbreken, ontsproten was aan de fantasie van de restaurateur van het Gravensteen Joseph De Waele. Ook van de lichtzinnige uitspraken van de toenmalige architecten Dhooge&Meganck blijft geen spaander heel. Zij beweerden dat het deel van de walmuur dat ze wilden doorboren ‘niet origineel’ was. De beheersovereenkomst gebruikt zelfs dezelfde foto’s die wij gebruikten, maar waarvan de architecten destijds zeiden hiervan“niet van op de hoogte te zijn”. De historische nota die in het beheersplan vervat zit kende haar laatste revisie in 2016, dus vóór de start van het project “Time Castle”.
Men zou zich bijna afvragen of de betrokkenen, die met hun reclamejargon (“chinees lampionnetje”, “liftpriem”, “bypass”, “exit through the giftshop”) hun kwade plannen probeerden te verdedigen, wel hun eigen beheerscontract hadden gelezen. Anderzijds, je kunt inderdaad nooit van álles op de hoogte zijn.
Ook bevat de beheersovereenkomst een toekomstvisie, in 2008 geformuleerd door ‘Architektenbureau A&S bvba’ in samenwerking met de Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg. Hierin voorzag men integrale toegankelijkheid via het poortgebouw –zoals het rapport van Inter dat destijds ook aangaf– en een opwaardering van het Noordelijke Bijgebouw (“de Keuken”) waarin nieuwe voorzieningen komen, waaronder een lift. Ook het oudste en geheel authentieke deel van het Gravensteen kwam aan bod, namelijk de twee bouwlagen van de Donjon uit de 9de of 10de eeuw, waarop de huidige Donjon gebouwd is en die thans dienstdoen als “Kelder”. Ook wij voorzagen, in tegenstelling tot de architecten Dhooge&Meganck, in toegankelijkheid van deze ruimte middels een inwendige lift. Er waren dus degelijke plannen zonder sterallures om het Gravensteen toegankelijk te maken, maar “ingetogen en respectvol” is natuurlijk een ander adagium dan “licht en liefde”.
Het geld is nooit op
Wat heel dit project tot nog toe gekost heeft, daar hebben we geen zicht op. We vermoeden dat niemand dat nog heeft. Wel hebben we enig zicht op een aantal kosten die met uw belastingsgeld worden betaald.
Het “Toeristische Hefboomtraject Time Castle” hield een belofte in van 4.793.519 euro subsidie. Wegens het grote succes van de manier waarop de Stad hiermee is omgegaan, is zoals eerder vermeld dit subsidiefeestje afgelopen. Nu dient de stad 187.504,33 euro subsidievoorschot terug te betalen aan de Vlaamse Overheid.
Er vloeit ook een pak geld naar de architecten. In december 2021 schreven wij al dat zij 119.160,80 euro vroegen én kregen van de Stad, voor het onderzoeken van een alternatief voor hun eigen erfgoedschadend ontwerp, bovenop een schadevergoeding van 5% van het totale ereloon ten belope van 44.802,00 euro. Om hun wansmakelijke plannen aan de burger te verkopen zouden zij “fotorealistische beelden” maken voor slechts 10.000 euro. Ook schrijft de Stad: “na het uitvoeren van het aanvullende onderzoek volgt een adviesronde met alle betrokken diensten, met besprekingen en eventuele bijsturing van het voorstel. De kosten die hiermee gepaard gaan zullen worden uitgevoerd in gekende regietarieven. De omvang valt niet exact in te schatten, maar wordt momenteel geraamd op 30.000,00 EUR inclusief BTW.” Ook werd vanuit het stadsbestuur aan het ontwerpteam gevraagd – u leest het goed – “om hun visie op het Gravensteen te verduidelijken aan de bevolking en de bewoners van de stad.” Hiervoor vroeg het team natuurlijk een vergoeding: de kokette som van 87.089,75 euro. Ook dit bedrag werd goedgekeurd. Nu hun plannen om het Gravensteen te verminken definitief van de baan zijn, hebben zij natuurlijk recht op een schadevergoeding. Die tikt aardig aan, namelijk 82.284,00 euro.
Wij hebben geen idee of al deze bedragen effectief uitbetaald zijn, maar vermoeden van wel. Van die zelfpromotie met “fotorealistische beelden” op kosten van de belastingsbetaler hebben wij alvast niets mogen vernemen, en evenmin van de “adviesronde met alle betrokken diensten.”
Voor de restauratie van het Noordelijk Bijgebouw (incl. archeologie en erelonen architectuur) voorziet het bestuur de komende jaren 1.075.000,00 euro. De relancesubsidie ten bedrage van 170.474,63 euro voor dit onderdeel van de werken had een deadline op 31 juli 2026, maar de stad vroeg én kreeg op 14 juni 2026 van het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed gelukkig uitstel tot 30 juni 2031. Blijft echter de vraag of de Stad zelfs déze deadline zal halen want “wanneer de restauratie start is nog niet gekend en de nieuwe planning wordt opgemaakt,” volgens de diensten van bevoegd Schepen van Facilitair Management Hafsa El-Bazioui.
Ook voor het “optimaliseren personeels- en bezoekersvoorzieningen” voorziet men nog een mooie som van 1.109.151,11 euro, “inclusief erelonen architectuur” natuurlijk. Welke architecten dit zijn? Geen idee.
Ook het vernieuwen van de ‘scenografie’ zal wat kosten, namelijk 503.060,00 euro. Wij verwachten voor dit bedrag een historisch onderbouwd geheel, en dus geen grappig bedoelde audiogids van graven die “zich omhoog poepten”, of namaak-Dorétekeningen aan de muren. Don Quichot heeft in het Gravensteen niets te zoeken.
Maar kom, als burger mogen we ons nog gelukkig prijzen dat in deze tijden van gedwongen soberheid en ontslagen de fiere Gentse Stede blijkbaar nog miljoenen in overvloed heeft voor het kundig beheer van ons aller erfgoed.
De wortel en de ezel
Hoe is het zover gekomen? Waarom werden de voorstellen uit het beheersplan eruit gegooid? Zoveel vragen, zo weinig antwoorden biedt de Stad ons, dat wij zelf enkele mensen binnen de Stadsdiensten contacteerden. Zo kregen wij te horen: “A&S was sinds het begin va de jaren 1980 het architectenbureau dat werkte in ondersteuning van het Ingenieursbureau Meijns-Provoost dat als ontwerper voor de restauratie en renovatie door de Stad Gent was aangesteld”. Er wás dus een architectenteam met decennia kennis en ervaring, dat men zomaar aan de kant schoof. Ook leren wij dat “bijlagen bij een open oproep, voorontwerp- en ontwerpprocedures zijn informatieve documenten, niet te volgen richtlijnen, tenzij dit bij de opdracht expliciet wordt geformuleerd.”
Dit was bij de Open Oproep voor het Gravensteen duidelijk niet het geval, anders hadden de architecten Dhooge&Meganck niet met zoveel onkunde te werk kunnen gaan. Hierover krijgen we te horen: “Of de inhoud al dan niet bekend was bij de betrokkenen, blijft gissen. Ze hadden in elk geval de mogelijkheid wel op de hoogte te zijn. Ook via andere wegen trouwens.” Al dat geld voor onderzoek werd hen toegestopt, maar blijkbaar hadden ze de historische nota van de Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg niet in handen… vreemd. Bizarre autant qu’étrange, zouden de detectives Jansen en Janssen hieraan toevoegen.
Waarom koos de Stad om plots af te wijken van het tragere, doordachte traject? De subsidiërende overheid liet de ogen van het stadsbestuur fonkelen. Miljoénen zou de Stad krijgen om de historische zetel van het Graafschap Vlaanderen te ‘verleuken’. Blindheid, hoogmoed en geld deed het bestuur overstag gaan. Gelukkig rebelleert een stroppendrager graag tegen misplaatste autoriteit. Verzet wordt beloond, dat ondervonden wij, en we blijven dit opvolgen.
Toch nog even herhalen:
Hoeveel werd in totaal aan Dhooge&Meganck al uitbetaald? Welke architecten komen aan de bak voor de nieuwe scenografie en voor restauratie en onderzoek van het Noordelijk Bijgebouw? Zien we hiervoor een openbare aanbesteding? Keert de Stad na inzicht terug naar de bestaande plannen van A&S Architecten?
Wij hopen alvast dat niet alleen de tijd deze vragen zal beantwoorden, en blijven geloven in een toegankelijk Gravensteen mét respect voor het erfgoed. Er zijn al jaren meerdere deugdelijke voorstellen.